Meerwaardebelasting op beleggingen
Sinds 2026 is de gerealiseerde meerwaarde op financiële activa belast aan 10 procent, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Wie via een buitenlandse broker belegt, geeft ze zelf aan.
Belast is wat u realiseert, dus wat u verkoopt. Een positie die u aanhoudt, hoe hard ze ook gestegen is, valt er niet onder. De beginwaarde is in de regel de waarde op 31 december 2025, zodat wat u daarvoor opbouwde buiten schot blijft.
De vrijstelling van 10.000 euro per persoon per jaar loopt via de aangifte: wie ze wil gebruiken, geeft aan. Verliezen zijn verrekenbaar binnen hetzelfde jaar en binnen dezelfde categorie, niet overdraagbaar naar een volgend jaar.
Kosten en betaalde beurstaks zijn niet aftrekbaar van de meerwaarde. Voor wie veel handelt is er bovendien een aandachtspunt naast dit regime: bij zeer intensief of gefinancierd handelen kan de fiscus uw verrichtingen als speculatief of beroepsmatig herkwalificeren, met een heel ander tarief tot gevolg.
Artikels in dit onderwerp
-
Interactive Brokers en de meerwaardebelasting in België
Verkoopt u vanaf 2026 financiële activa met winst bij Interactive Brokers, dan is die gerealiseerde meerwaarde in België belast aan 10 procent. Voor stukken van voor 2026 geldt de waarde op 31 december 2025 als aankoopwaarde. De eerste 10.000 euro per persoon per jaar is vrijgesteld. IBKR houdt niets in: u geeft de meerwaarde zelf aan in uw aangifte personenbelasting.
-
Beleggen als koppel: wie geeft wat aan?
Bij een gezamenlijke aangifte beslist het huwelijksvermogensrecht. Is de belegging gemeenschappelijk, dan geeft elk van beide partners de helft aan: uw helft in de linkerkolom (code 1444), die van uw partner in de rechterkolom (code 2444). Is ze eigen vermogen, dan geeft alleen die partner ze aan. Elke vrijstelling geldt per persoon: tweemaal 10.000 euro voor de meerwaardebelasting, tweemaal 833 euro voor dividenden uit rechtstreekse aandelen.
-
Hoe werkt FIFO bij meerdere effectenrekeningen?
Per rekening afzonderlijk. Circulaire 2026/C/74 beslist dat wanneer dezelfde belastingplichtige identieke financiële activa op verschillende effectenrekeningen aanhoudt, de FIFO-methode op het niveau van elke effectenrekening wordt toegepast. Verkoopt u bij broker A, dan verlaten de oudste stukken van rekening A de rij, ook als uw alleroudste stukken bij broker B staan.