BROKERTAX

Reynderstaks op obligatie-ETF's en obligatiefondsen

Het korte antwoord

Verkoopt u een kapitalisatiefonds of ETF dat meer dan 10 procent van zijn vermogen in schuldvorderingen belegt, dan is het rentedeel van uw opbrengst belast aan 30 procent. Dat rentedeel is de TIS bij verkoop min de TIS bij aankoop. Publiceert de beheerder geen TIS, dan geldt uw opbrengst maal het obligatiepercentage van het fonds. Bij een buitenlandse broker geeft u het bedrag zelf aan.

De Reynderstaks in cijfers
PuntRegel
RechtsgrondArtikel 19bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
DrempelMeer dan 10 % van het vermogen rechtstreeks of onrechtstreeks belegd in schuldvorderingen
Deelbewijzen verworven voor 1 januari 2018De oudere versie van het artikel, met een drempel van 25 % en enkel instellingen voor collectieve belegging in effecten
Soort deelbewijzenEnkel deelbewijzen waarvan de statuten of het fondsreglement geen uitkering van de netto-opbrengst voorzien
Belastbare basisHet rentedeel: de TIS bij verkoop min de TIS bij aankoop
Zonder TISOntvangen bedrag min aanschaffingswaarde, maal het obligatiepercentage van het fonds
Zonder informatie over dat percentageHet percentage wordt geacht 100 % te bedragen
Tarief30 %
MomentBij verkoop, bij inkoop van rechten van deelneming en bij verdeling van het eigen vermogen
Inhouding door een buitenlandse brokerGeen. U geeft het bedrag zelf aan als roerend inkomen.

Wanneer artikel 19bis speelt

De Reynderstaks is geen aparte belasting maar een stuk van artikel 19bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Dat artikel zegt dat interest ook de inkomsten omvat die u ontvangt bij de overdracht onder bezwarende titel van deelbewijzen, bij de inkoop van eigen rechten van deelneming en bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van het eigen vermogen van een instelling voor collectieve belegging waarvan meer dan 10 procent van het vermogen rechtstreeks of onrechtstreeks in schuldvorderingen is belegd.

Schuldvorderingen zijn, kort gezegd, obligaties en ander schuldpapier; het artikel verwijst daarvoor naar het koninklijk besluit van 27 september 2009. Een zuivere aandelen-ETF valt er dus buiten. Een obligatie-ETF zit er ruim boven. Een gemengd fonds zit er meestal ook in, want de drempel ligt laag.

Het percentage wordt niet elk kwartaal opnieuw gemeten. De wet bepaalt het aan de hand van het beleggingsbeleid zoals dat in het fondsreglement of de statuten is neergelegd, en pas bij ontstentenis daarvan op basis van de feitelijke samenstelling van de portefeuille. Ontbreekt elke informatie over dat percentage, dan wordt het geacht 100 procent te bedragen.

Er is nog een tweede voorwaarde die vaak over het hoofd wordt gezien. De verrichtingen zijn volgens hetzelfde artikel maar belastbaar als ze slaan op deelbewijzen van een instelling waarvan de statuten of het fondsreglement geen uitkering van de netto-opbrengst voorzien. Een instelling die haar inkomsten na kosten en commissies niet jaarlijks volledig uitkeert, wordt daarbij geacht niets uit te keren. In de praktijk gaat het dus over kapitalisatieklassen. Een distributieklasse keert haar interesten uit, en die uitkeringen zijn op hun eigen moment belast als roerend inkomen.

De belasting wordt getriggerd door de verkoop, niet door het aanhouden. Zolang u uw obligatie-ETF gewoon bijhoudt, is er niets verschuldigd, hoeveel rente er ook binnen het fonds wordt opgestapeld.

Wat de belastbare basis is

Belast is niet uw hele winst maar alleen het rentedeel. De wet omschrijft dat als het geheel van de inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks, onder de vorm van interesten, meerwaarden of minderwaarden, voortkomen uit activa die in schuldvorderingen zijn belegd, wanneer de beheerder van het fonds dat gedeelte kan vaststellen.

In de praktijk publiceren fondsbeheerders daarvoor een cijfer per deelbewijs. De circulaire van 22 juli 2026 noemt het bij naam: de TIS, of Taxable Income per Share. Uw belastbare basis is dan het verschil tussen de TIS op de datum van verkoop en de TIS op de datum van aankoop. Vindt u dat cijfer niet op de site van de uitgever, kijk dan bij de Belgische fiscale documenten van het fonds, want het wordt speciaal voor Belgische beleggers berekend.

Het rentedeel wordt bovendien beperkt tot de periode waarin u de deelbewijzen aanhield. Kreeg u ze door schenking, dan telt ook de periode van de schenker mee. Verwierf u ze voor 1 juli 2005, of kan u de datum van verwerving niet aantonen, dan wordt u geacht houder te zijn sinds 1 juli 2005.

Wat u doet als de beheerder geen TIS publiceert

Voor buitenlandse ETF's is dat een reëel probleem: lang niet elke uitgever berekent een Belgische TIS. De wet lost dat op met een terugvalregel. Kan de beheerder dat gedeelte niet bepalen, dan is het belastbare bedrag het verschil tussen het bij de verrichting ontvangen bedrag en de aanschaffings- of beleggingswaarde van de deelbewijzen, vermenigvuldigd met het percentage van het vermogen van het fonds dat in schuldvorderingen is belegd.

De terugvalregels van artikel 19bis, in volgorde
SituatieBelastbare basis
De beheerder berekent de TISDe TIS bij verkoop min de TIS bij aankoop
Geen TIS, wel een gekend obligatiepercentage en een gekende aankoopprijs(ontvangen bedrag min aanschaffingswaarde) maal dat percentage
Geen TIS en de aanschaffingswaarde is niet gekendHet ontvangen bedrag maal dat percentage
Deelbewijzen van voor 1 juli 2005, of aankoopdatum niet aantoonbaarDe inventariswaarde op 1 juli 2005 geldt als aanschaffingswaarde
Geen informatie over het obligatiepercentageHet percentage wordt geacht 100 % te bedragen

Die laatste regel is streng: zonder cijfer over de samenstelling wordt uw volledige opbrengst als rentedeel behandeld. Het loont dus om het obligatiepercentage uit het prospectus of het fondsreglement te halen en dat stuk bij uw fiscale documenten te bewaren.

Het tarief is 30 procent, en u geeft het zelf aan

Omdat artikel 19bis dat rentedeel als interest kwalificeert, volgt het het gewone regime van de roerende inkomsten en is het belast aan 30 procent. Een in België gevestigde tussenpersoon houdt die roerende voorheffing in. Een broker zonder Belgische vestiging doet dat niet, want de wet legt de inhouding precies aan de in België gevestigde tussenpersonen op.

Wat overblijft, geeft u zelf aan. In het model van de aangifte voor aanslagjaar 2026 staan de andere inkomsten zonder roerende voorheffing die belastbaar zijn tegen 30 procent onder de codes 1444-11 en 2444-78, in vak VII. De toelichting bij dat vak vermeldt uitdrukkelijk de dividenden en interesten van buitenlandse oorsprong die in het buitenland zijn geïnd zonder tussenkomst van een in België gevestigde tussenpersoon.

Hoe dit samenloopt met de beurstaks

De beurstaks en de Reynderstaks zijn twee verschillende dingen die op hetzelfde moment kunnen opduiken. De beurstaks is een taks op de verrichting zelf. Volgens de FOD Financiën zijn zowel de afstand als de verwerving onder bezwarende titel van roerende waarden aan de taks onderworpen, dus zowel uw aankoop als uw verkoop, en bij een tussenpersoon in het buitenland bent u er zelf de schuldenaar van.

Het tarief van die beurstaks hangt af van het instrument, van waar het fonds gevestigd is en of de klasse in België is geregistreerd. Het hoogste tarief is geen veilige keuze en het laagste evenmin: het juiste tarief volgt uit de kenmerken van uw eigen fonds. Wij hebben daar een aparte pagina voor, met de tariefregels en met een controle op het register.

De beurstaks is ook geen kost die u van uw belastbare basis mag halen. Voor de meerwaardebelasting is dat uitdrukkelijk uitgesloten, en artikel 19bis vertrekt van het ontvangen bedrag en de aanschaffingswaarde, niet van een nettoresultaat na taksen.

Hoe dit samenloopt met de meerwaardebelasting

Sinds 2026 kan dezelfde verkoop van een fonds onder twee regels vallen: artikel 19bis voor het rentedeel en de meerwaardebelasting voor de rest. De circulaire van 22 juli 2026 zet de volgorde vast. Eerst bepaalt u het belastbare inkomen volgens artikel 19bis. Dat bedrag trekt u vervolgens af van de meerwaarde die op zichzelf beschouwd als divers inkomen belastbaar zou zijn. Zo werkt de vrijstelling van artikel 96/2, eerste lid, 6° en wordt dezelfde waardestijging niet twee keer belast.

Elk stuk houdt daarbij zijn eigen tarief: 30 procent op het rentedeel, 10 procent op wat overblijft, met de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon op dat tweede stuk. De circulaire vermeldt uitdrukkelijk dat dit mechanisme geldt ongeacht of u de deelbewijzen voor of na 31 december 2025 verwierf.

Let op het verschil in beginwaarde tussen de twee. De meerwaardebelasting vertrekt voor oudere stukken van de waarde op 31 december 2025. De basis van artikel 19bis doet dat niet: in het voorbeeld zonder TIS in de circulaire wordt gerekend met de oorspronkelijke aankoopprijs van het fonds. Dezelfde verkoop heeft dus twee verschillende vertrekpunten.

Een voorbeeld in euro

Kapitalisatie-ETF in obligaties, gekocht in 2021 en verkocht in 2026

Aankoop op 12 maart 2021
€ 20.000,00
Waarde op 31 december 2025
€ 22.000,00
Verkoop op 15 september 2026
€ 26.000,00
TIS bij verkoop min TIS bij aankoop
€ 1.500,00
Reynderstaks, 30 % op het rentedeel
€ 450,00
Meerwaarde voor de meerwaardebelasting
€ 4.000,00
Min de basis van artikel 19bis
€ 2.500,00
Basisvrijstelling aanslagjaar 2027
€ 10.000,00
Meerwaardebelasting
€ 0,00
Totaal verschuldigd
€ 450,00

Zonder gepubliceerde TIS en met een fonds dat volledig in obligaties belegt, wordt de basis van artikel 19bis (26.000 min 20.000) maal 100 procent, dus 6.000 euro, en de heffing 1.800 euro. Dezelfde verkoop kost dan vier keer meer, alleen omdat de beheerder geen cijfer publiceert.

De beurstaks komt daar nog bovenop, op de aankoop van 2021 en op de verkoop van 2026 afzonderlijk, tegen het tarief dat bij dat fonds hoort. Ze staat volledig los van de twee heffingen hierboven en wordt in een aparte aangifte gedaan.

Wat u concreet verzamelt bij een buitenlandse broker

  1. Bepaal of het fonds boven de drempel zit Zoek in het prospectus of het fondsreglement het beleggingsbeleid en het aandeel in schuldvorderingen. Zit dat boven 10 procent, dan valt een verkoop onder artikel 19bis. Bewaar de bladzijde waaruit dat blijkt.
  2. Kijk of het een kapitalisatieklasse is Artikel 19bis viseert deelbewijzen waarvan de statuten of het fondsreglement geen uitkering van de netto-opbrengst voorzien. Bij een distributieklasse worden de interesten uitgekeerd en op dat moment als roerend inkomen belast.
  3. Zoek de TIS op Grote uitgevers publiceren per ISIN een Belgische fiscale fiche met de TIS per deelbewijs. U hebt het cijfer van uw aankoopdatum en dat van uw verkoopdatum nodig, niet één jaarcijfer.
  4. Val terug op het percentage als er geen TIS is Reken dan met het ontvangen bedrag min uw aanschaffingswaarde, maal het obligatiepercentage van het fonds. Zonder cijfer over dat percentage wordt uitgegaan van 100 procent.
  5. Haal uw aankoop- en verkoopbedragen uit uw brokerrapport Het jaarrapport van uw broker geeft de datum, het aantal en de prijs per verrichting. Bewaar ook de aankoopborderellen van jaren geleden: de basis van artikel 19bis vertrekt van uw werkelijke aanschaffingswaarde.
  6. Geef het rentedeel aan als roerend inkomen Het gaat om interest van buitenlandse oorsprong waarop geen roerende voorheffing is ingehouden. In het model voor aanslagjaar 2026 zijn dat de codes 1444-11 en 2444-78. Houd uw berekening en uw stukken bij.

Uitzonderingen en wat niet vaststaat

Wat u concreet moet doen

  1. Zoek in het prospectus of het fondsreglement welk deel van het vermogen in schuldvorderingen wordt belegd, en bewaar dat stuk.
  2. Ga na of uw klasse een kapitalisatieklasse is, want artikel 19bis viseert deelbewijzen die de netto-opbrengst niet uitkeren.
  3. Zoek bij de uitgever de Belgische TIS per deelbewijs op uw aankoopdatum en op uw verkoopdatum.
  4. Reken zonder TIS met uw opbrengst min uw aanschaffingswaarde, maal het obligatiepercentage van het fonds.
  5. Bereken de heffing als 30 procent van dat rentedeel en noteer het bedrag apart van uw meerwaarde.
  6. Trek datzelfde rentedeel af van uw meerwaarde voor u de meerwaardebelasting van 10 procent berekent.
  7. Geef het rentedeel aan als roerend inkomen zonder roerende voorheffing in vak VII van uw aangifte.
  8. Vergeet de beurstaks niet: die is afzonderlijk verschuldigd op uw aankoop en op uw verkoop, en verloopt via een eigen aangifte.
  9. Houd uw berekening, de fiscale fiche van het fonds en uw brokerrapporten samen in één dossier.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Geldt de Reynderstaks op een aandelen-ETF?

Neen. Artikel 19bis viseert instellingen voor collectieve belegging waarvan meer dan 10 procent van het vermogen rechtstreeks of onrechtstreeks in schuldvorderingen is belegd. Een zuivere aandelen-ETF blijft daaronder. Een obligatie-ETF of een gemengd fonds zit er doorgaans wel boven.

Betaal ik de Reynderstaks elk jaar dat ik mijn obligatie-ETF aanhoud?

Neen. De heffing wordt getriggerd door de verrichting: de overdracht onder bezwarende titel, de inkoop van eigen rechten van deelneming of de verdeling van het eigen vermogen. Zolang u aanhoudt, is er niets verschuldigd.

Mijn fonds publiceert geen TIS. Wat vul ik dan in?

Dan geldt de terugvalregel van artikel 19bis: het ontvangen bedrag min uw aanschaffingswaarde, maal het percentage van het vermogen dat in schuldvorderingen is belegd. Kent u die aanschaffingswaarde niet, dan wordt gerekend op het volledige ontvangen bedrag. Ontbreekt elke informatie over het percentage, dan wordt het geacht 100 procent te bedragen.

Wordt mijn winst twee keer belast, aan 30 en aan 10 procent?

Neen. Volgens de circulaire van 22 juli 2026 bepaalt u eerst het bedrag onder artikel 19bis en trekt u dat af van de meerwaarde die anders als divers inkomen belastbaar zou zijn. Het rentedeel draagt 30 procent, wat overblijft valt onder de meerwaardebelasting van 10 procent met haar eigen vrijstelling.

Staat de Reynderstaks los van de beurstaks?

Ja. De beurstaks is een taks op de verrichting zelf en is verschuldigd op zowel uw aankoop als uw verkoop, met een eigen aangifte en een eigen deadline. De Reynderstaks is een heffing op het rentedeel van uw opbrengst en loopt via uw aangifte in de personenbelasting.

Houdt mijn buitenlandse broker die 30 procent in?

Neen, wanneer hij geen vestiging in België heeft. De wet legt de inhouding op aan in België gevestigde tussenpersonen. U geeft het rentedeel dan zelf aan als roerend inkomen zonder roerende voorheffing.

Lees ook